Hypnosehuisamsterdam.nl brein

Hypnose Bij Faalangst

Bij het woord “faalangst” denken veel mensen aan kinderen of tieners op school. Maar ook volwassenen hebben last van faalangst. Geen keuze kunnen maken, of veel dingen opstarten, maar niets afmaken zijn daar een voorbeeld van. Daar plakken we dan meestal niet het labeltje “faalangst” op, maar het is het wel. In deze bijdrage leg ik uit wat faalangst is en geef ik twee leuke oefeningen om ervan af te komen.

Herken je het? Je moet een presentatie geven op je werk die je goed hebt voorbereid. Je weet echt alles van het onderwerp af. Maar als het er echt op aankomt, dan verstijf je en kom je niet meer uit je woorden. Of misschien heb je schoolgaande kinderen. Ze hebben hun huiswerk prima gedaan, je hebt ze overhoord en ze wisten echt alles. Maar toch krijgen ze een dikke onvoldoende als ze hun proefwerk hebben gemaakt. Het zelfvertrouwen krijgt dan een aardige tik te verduren.

Herkenbaar toch? Het is dé manier waarop faalangst tot uiting komt.

Wat is nu precies angst?

Voordat ik verderga met faalangst, leg ik eerst even uit wat angst nu eigenlijk precies is. Angst is een hele natuurlijke reactie van je lichaam. Het beschermt je in het leven. Als je brein (bewust of onbewust) iets waarneemt wat gevaar kan inhouden, dan schakelt je brein je rationele denken gewoon even uit en reageert het direct vanuit de Amygdala. Dit is een kleine amandelvormige kern in je brein die allemaal emoties veroorzaakt afhankelijk van de informatie die binnenkomt.

Standaard heeft je brein dan drie mogelijke reacties: Vechten, vluchten of bevriezen. In het Engels hebben we het dan over Flight, Fight en Freeze. Bij deze laatste reactie ben je letterlijk ‘verlamd door angst’. Denk maar eens aan overstekende mensen op een zebrapad. Opeens kom jij eraan in de auto. Ze schrikken. In eerste instantie bevriezen ze (freeze), om vervolgens in de flight modus over te gaan: ze lopen versneld door. Twee onbewuste reacties die binnen tientallen seconden vanuit de Amygdala worden geactiveerd, met als enig doel ‘overleven’.

Angst is dus eigenlijk een hele nuttige emotie. Zonder na te denken voer je direct de best mogelijke actie uit. Want als je eerst bewust had nagedacht, dan was je inmiddels al lang en breed overreden. Soms reageert je brein op eenzelfde manier, terwijl er eigenlijk niets aan de hand is. Bijvoorbeeld als je bij toeval een spinnetje vlakbij ziet. Je hele lichaam reageert daar dan op met een kortstondig angstig gevoel. Dit is meestal het gevolg van een andere schrikreactie uit het verleden.

Wat is faalangst?

Faalangst is eigenlijk ‘bang zijn om te mislukken’. Het is dus letterlijk ‘angst om te falen’. Maar dat is wel raar, want in tegenstelling tot gewone angst, is er bij faalangst niet echt een aanleiding voor deze angst te voelen. Er dreigt immers geen acuut gevaar waar je Amygdala op kan reageren.

Bij faalangst is er dus niet direct gevaar, maar maak je bepaalde scenario’s in je hoofd van wat er eventueel allemaal zou kúnnen gebeuren. Je brein maakt geen onderscheid tussen wat ‘echt’ is en wat ‘niet echt’ is en reageert gewoon zoals het anders ook zou reageren.

Wat is een blackout?

Iemand met faalangst, voelt meestal dat het hart sneller gaat kloppen, de ademhaling sneller wordt, het lichaam gaat trillen, je begint te blozen of je moet om onverklaarbare reden vaak naar het toilet. Omdat je brein direct reageert ben je niet meer in staat om helder na te denken. Dit wordt ook wel een black-out genoemd. Dat is ook logisch, want de Amygdala zorgt ervoor dat denkvermogen wordt uitgeschakeld. Je kunt nog zo goed zijn voorbereid, op dat moment komt er geen zinnig woord meer uit.

Dus als jij (of je kind) onder niveau presteert, dan is de oorzaak daarvan dat de angst om te falen de Amygdala activeert om in de fight, flight- of freeze-reactie te komen. En bij een blackout is het meestal de freeze en flight reactie als resultaat. Je wilt het liefst stilletjes het toneel verlaten…..

Meestal voel je van te voren de faalangst of de black-out al aan komen. Het is net alsof je het vooraf al wist en dus ook had kunnen voorkomen. Vooraf aan die presentatie of dat proefwerk, kun je al vreselijke spannende momenten doormaken. Er schieten dan allemaal gedachtes door het hoofd, die vervolgens weer voor allemaal nare gevoelens zorgen. Gedachten zoals ‘dit gaat mij echt niet lukken’, ‘als ik maar niet struikel straks’, ‘ik vergeet het vast als ik er sta’, ‘ik ben niet goed genoeg’ of ‘als ik maar uit mijn woorden kan komen’. Je snapt natuurlijk wel dat die gedachtes niet echt meehelpen om tot een positief resultaat te komen.

Faalangst bij kinderen

Als je iets als een mislukking ervaart, dan wordt de faalangst meestal ook direct versterkt. In je brein is dan de associatie gemaakt tussen wat je doet, een ‘mislukking’ en de faalangst gevoelens die daarbij horen. En helaas houdt je brein van generaliseren. Dus vanaf het moment dat deze associatie is gemaakt, zal het elke keer in een vergelijkbare situatie, dezelfde associaties en gevoelens activeren. Je voelt ook dan weer de faalangst, in een situatie die je misschien nog nooit eerder hebt meegemaakt.

Hoe ontstaat faalangst?

Dat kan op verschillende manieren. Bij sommige mensen is het aangeboren. Maar het kan ook ontstaan als één van de ouders last heeft van faalangst. Het kind kopieert dan dit gedrag op onbewust niveau. Of als je bent opgegroeid in een prestatie gerichte omgeving. Faalangst ontstaat vaak al op jonge leeftijd, bijvoorbeeld door leerproblemen op de lagere school. Maar ook op oudere leeftijd kan alsnog faalangst ontstaan. Bijvoorbeeld als je in je pubertijd erachter komt dat je ‘anders’ bent en niet bij een bepaalde groep hoort. Je doet er dan alles aan om erbij te horen en als dat niet lukt dan kan dat als ‘falen’ voelen.

Maar ook de opvoeding van ouders kan een belangrijke rol spelen. Als ouder geef je je kind vaak goed bedoelde en onschuldige opdrachten of suggesties mee. Als je bijvoorbeeld tegen je kind zegt: ‘Doe je best’, ‘Doe mama een plezier’, ‘Flink zijn’, ‘Schiet op’ of ‘Doe normaal’. Dit lijken hele gewone en onschuldige uitspraken, maar je kind weet niet precies wat je hiermee bedoelt. Als ouder weet je wel precies wat je bedoelt, maar je kind heeft eigenlijk geen idee. Je geeft namelijk geen “referentiekader” mee, waardoor het kind deze opmerking kan begrijpen.

Neem bijvoorbeeld de opmerking: ‘Doe je best’. Hoe weet jouw kind wanneer hij zijn best heeft gedaan? Hij heeft geen idee, dus hij doet wat hij denkt dat hij moet doen. En als het resultaat dan negatief is, dan kun je als ouder boos of teleurgesteld reageren. Je kind gaat dan twijfelen aan zichzelf: ‘wat heb ik nu weer fout gedaan?’.

‘Doe normaal’, is ook zo’n uitdrukking die niets zegt, maar wel twijfel zaait. Wat betekent “normaal” voor jou? En wat betekent “normaal” voor je kind? Wat moet je kind dan doen? Het is handiger om specifiek te benoemen wat je van je kind verwacht. Wat wil je dat je kind doet? Wat is de bedoeling precies?

Hoe herken je faalangst?

Trekt je kind zich wat vaker terug? Is het verlegen of is het juist heel erg druk en uitbundig? Een beetje spanning zo nu en dan is helemaal niet erg. Gezonde spanning zorgt ervoor dat je alert bent en daardoor kun je vaak beter presteren. Het wordt pas een probleem als je kind hier vaak last van heeft. En als zijn prestaties hieronder gaan leiden.

Het is natuurlijk een enorme geruststelling voor kinderen als ze weten dat fouten maken helemaal niet erg is. Je leert van je fouten. Wat dat betreft is het Nederlands onderwijssysteem enorm achterhaald en ouderwets. Je krijgt punten als je iets goed doet. Terwijl iemand die iets niet goed heeft gedaan, misschien wel meer heeft geleerd dan dat talenwonder dat meteen een tien voor taal haalt. Was het niet Thomas Edison die 1.000 keer een poging heeft gedaan om de gloeilamp uit te vinden? Op school zou hij dus 1.000 keer een onvoldoende hebben gehaald. Maar uit elke “mislukking” leerde hij zoveel, dat hij uiteindelijk wel één van de belangrijkste uitvindingen van de 19e eeuw heeft gedaan. Thomas Edison kende blijkbaar geen faalangst. Misschien dat zijn ouders hem altijd wel enthousiasmeerde om een nieuwe manier te vinden waarop iets wel zou werken.

Hypnose en faalangst

Met dit inzicht kun je op een heel andere manier kijken tegen het wel of niet behalen van resultaat. Want alle uitkomsten zijn immers een vorm van “resultaat”.

Nu je dit allemaal zo leest, heb je op bewust niveau al veel inzicht gekregen en kennis vergaard over hoe faalangst werkt. Maar dat is op bewust niveau. Jouw onbewuste vuurt dan nog steeds dat oude programmaatje af van een ongemakkelijk gevoel, van angst en zweten zodra je weer eens iets moet doen waar ook anderen bij zijn.

Stel je nu eens voor dat ook je onbewuste volledig en absoluut zou geloven in het nieuwe inzicht dat “mislukking niet bestaat”. Dat er alleen maar positieve feedback is waar je beter door wordt’. Dan is er geen reden meer om het “faalangst” programmaatje te activeren. En daar komt dan hypnose weer om de hoek kijken. Want net als dat jouw brein negatieve emoties kan koppelen aan bepaalde omstandigheden, zo kan je brein ook positieve emoties koppelen aan diezelfde omstandigheden. En een hypnotherapeut weet precies hoe dat werkt.

Omdat een hypnotherapeut met je onbewuste in contact komt, kan het ook direct controleren of je onbewuste dit nieuwe programma accepteert. Als er nog redenen voor je onbewuste zijn om dat niet te doen, dan gaat de hypnotherapeut “in onderhandeling” om ervoor te zorgen dat dit wel gaat gebeuren. Want uiteindelijk willen zowel jij, als de hypnotherapeut, als jouw bewuste én jouw onbewuste maar één ding: dat jij geholpen wordt en zonder faalangst verder kunt met je dagelijks leven.

Oefeningen tegen faalangst

Ten slotte nog twee leuke oefeningen die je kunt doen met je kinderen (of alleen). Ik raad dat zeker aan, ook al weet je misschien niet zeker of er sprake is van faalangst.

Oefening 1

Maak samen met je kind twee doosjes of gebruik twee potten. Je kunt ook twee vellen papier ophangen. De ene geef je de naam ‘falen/mislukken’ en de andere geef je de naam ‘leren’. Laat je kind in het rood op een papiertje schrijven welke ervaring hij als falen of mislukken ziet. Uiteraard kan dit één of meer dingen zijn. Schrijf elk onderwerp op één los papiertje. Deze stop je in de doos ‘falen/mislukken’ of plak je op het vel ‘falen/mislukken’. Als alles op een papiertje is geschreven, dan pakt je kind één voor één een ‘ervaring’ uit de voorraad ‘falen/ mislukken’. Laat je kind dan goed nadenken over wat het van die situatie heeft geleerd. Wat zal hij de volgende keer anders doen om wel het gewenste resultaat te krijgen? Laat hem dat in het groen op een nieuw papiertje schrijven en doe dat papiertje dan in de pot of doos of op het vel met ‘leren’.

Denk met je kind mee, probeer hem op ideeën te brengen en wees enthousiast bij elke nieuwe mogelijkheid die hij ziet. Bespreek het op een positieve manier. Daarna mag je kind de papiertjes met ‘falen/mislukken’, verscheuren en in de lucht te gooien. Hierdoor krijgt het kind een positief gevoel bij het veranderen van iets waarin het heeft gefaald, in een mogelijkheid voor de toekomst om het anders te doen. Na afloop ruim je natuurlijk wel alle papiertjes op, zodat je kind later niet nog een keer met de ‘mislukkingen’ wordt geconfronteerd. De oplossingen mag hij uiteraard wel vaker bekijken. En bij elke toekomstige situatie waarin je kind is teleurgesteld of het gevoel heeft dat het heeft gefaald, doe je deze oefening direct opnieuw. Je kind leert dan om op die positieve manier om te gaan met teleurstellingen.

Oefening 2

Heeft je kind vooraf aan een gebeurtenis al angst? Ziet het enorm op tegen iets wat in de toekomst ligt? Als je kind zich vooraf al druk maakt, dan denk ik dat de kans groot is dat het een negatief scenario in het hoofd ontwikkelt. Je kind heeft dan allerlei negatieve gedachten.

Let op dat je de oefening door je kind laat doen en dat je niet zelf al je eigen invulling geeft tijdens de oefening. Als ouders ben je hier vaak wel toe geneigd. De oefening heeft echter veel meer effect als je kind zélf de oplossingen bedenkt.

De oefening voor iets wat in de toekomst nog moet gebeuren, heet de “televisie oefening“. Je doet net alsof de toekomstige situatie is opgenomen en wordt uitgezonden op de televisie en jij zit dan te kijken naar die uitzending. Vooraf moet je dus indenken hoe je wilt dat de gebeurtenis eruit gaat zien. Stel jezelf (of je kind) de vraag: “Hoe wil jij dat het straks gaat? Wat wil je dat het resultaat voor jou is?”

Stel nu dat positieve resultaat voor alsof je ernaar zit te kijken op de televisie. Je laat het “filmpje” van de gebeurtenis afspelen. Laat je kind vertellen wat er allemaal gebeurt op de televisie (in de tegenwoordige tijd). Als het filmpje klaar is, dan spoel je het weer terug. Dan vraag je aan je kind of hij net kan doen alsof hij uit zichzelf in de televisie zweeft, zodat hij zichzelf wordt zoals hij is in dat filmpje op de televisie. En dan speel je het filmpje nog een keer af.

Tijdens het opnieuw afspelen laat je je kind weer vertellen wat er allemaal gebeurt. Als het goed is praat hij nu in de tegenwoordige tijd en in de “ik”-vorm. Laat je kind zoveel mogelijk “beleven” wat er gebeurt. Stel dus vragen als: wat hoor je?, wat voel je? wat gebeurt er? hoe reageert die andere persoon? wat doe jij dan?

Daarna laat je het kind uit het beeld stappen en kijk je nog één keer naar het filmpje op de televisie. Hoe voelt dat anders nu?

En uiteraard kun je deze oefening ook zelf doen als volwassene. Waarom zou je jezelf afstraffen met negatieve gedachten als je ook door positieve gedachten een verandering kunt aanbrengen in de toekomst?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *